Zo’n 25 jaar geleden liet Jan-Bram van Luit, toenmalig én hedendaags coach van De Ham Heren 1, zijn licht regelmatig schijnen over allerlei zaken binnen de waterpolowereld en uitte zich altijd in zijn bekende column ‘Spetter, Pieter, Paterwolo’. Bij een nieuwe termijn als coach kan het natuurlijk ook nooit lang duren voordat er ook een nieuwe editie van ‘Spetter, Pieter, Paterwolo’ verschijnt. En daarom heeft Jan-Bram, wie inmiddels zijn potlood heeft ingewisseld voor Microsoft Word, de tijd genomen om zijn gedachten van zich af te schrijven en met ons te delen. Deze editie is volgens ons een belangrijk thema met aandacht voor de positie van de scheidsrechter in het Nederlandse waterpolo. Lees het aandachtig, want dit gaat alle waterpoloërs (van jong tot oud) aan!
Spetter, Pieter, Paterwolo
“Kutscheidsrechters”
Tussen de benen van een vrouw zit een vagina. Dat wordt ook weleens anders genoemd bijvoorbeeld kut, doos, pluis, poes of flamoes. Ook wel yoni. Dat is Sanskriet voor vagina wat in die taal ook nog “bron van het leven” betekent. Hoe ik dat allemaal moet rijmen met de kreet “kutscheidsrechters” zou ik echt niet weten. Socratisch bevraagd kunnen spuiers van dergelijke kretologie dat gelukkig zelf ook niet. Scheidsrechters als bron van het waterpolospel? Wel is mij duidelijk dat spelers, coaches en verdere waterpololiefhebbers die dergelijke taal bezigen referees zien als bron van ergernis. Elke competitiewedstrijd is het natuurlijk ook weer raak en worden we opgezadeld met twee van die “witte muizen” van andermans keuze. “Kutscheidsrechters”. Mijn observatie van een dergelijke grondhouding is helaas wel dat scheidsrechters zich al op voorhand “zuur” langs de badrand bewegen. Als dan na het eerste fluitsignaal de uitwisseling van de grondhoudingen plaatsvindt definiëren scheidsrechters zich natuurlijk al heel snel zelf tot “kutscheidsrechters”! Gelukkig hebben ze de kaarten nog en een tuchtcommissie die zelfs krom kan rechtspreken en recht krom. Het komt de kwaliteit van het mij zo geliefde waterpolospel allemaal niet ten goede. Verbeter de waterpolowereld en begin met jezelf! Bij deze dan ook een oproep aan alle Hammers. Van speler, coach tot publiek. Verander je grondgedachte(n) over scheidsrechters. Ook een Hammer lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest …”kutscheidsrechters”. In dat opzicht ben ik pleiter voor een meer stoïcijnse waterpolobenadering. Zo zouden we erg veel kunnen leren door onze (eigen)wijsheid wat vaker Socratisch te (laten) bevragen. Een meer stoïcijnse grondhouding zou van ons ook meer leiders maken in plaats van lijders! Mijn favoriete stoïcijnse filosoof Epictetus (50-130 na Chr.) heeft nooit waterpolo gespeeld, maar zou zich zeker niet druk hebben gemaakt over scheidsrechters. Zijn grondhouding fluisterde hem in: “Niet het fluiten van de scheidsrechters maakt mensen in de war, maar de denkbeelden die mensen daarover hebben”. Beste Hammers, stop met klagend lijden, ga leiden! Stop energie in zaken waar je wel invloed op kan hebben. Het spel, het coachen, het aanmoedigen! Zie scheidsrechters gelijk het weer dat je ’s ochtends ontmoet als je de gordijnen opendoet. Regen? “Kutweer”? Pak je regenjas! Elk mens is gevuld met deugden en ondeugden. Spelers, coaches, supporters, maar ook scheidsrechters! En wat als je elkaar wilt vertellen dat het “ondeugdelijk” is? Aan Epictetus is ooit gevraagd hoe hij zich op een vijand zou wraken. Zijn antwoord luidde: “Door mij zo goed mogelijk te gedragen”! Beste Hammers, vanaf nu geen rode kaarten meer! Je dupeert jezelf, je team en je sport! Epictetus: “Niemand is vrij die zichzelf niet de baas is”. Dat voor iemand die destijds in de oudheid als slaaf zich letterlijk en figuurlijk heeft vrijgemaakt middels een juiste grondgedachte en het maken van juiste (eigen) keuzes. Rest mij, daarvoor mijn waterpolo cap af te nemen en een diepe buiging te maken.
Jan-Bram
PS Je hebt geluk als je geen pech hebt. Zo zit dat ook met scheidsrechters!

